| |||
InterviewsDe Morgen, 5 september 2001 Anne Provoost tussen schrijven en schrappenDe arkvaarders is het jongste boek van Anne Provoost (37). De veelgelezen en veelgeprezen schrijfster neemt er telkens weer haar tijd voor: het is 'slechts' haar vierde roman in twaalf jaar tijd. Ze liet zich inspireren door het bijbelse verhaal van Noach en zijn ark, maar laat ons de zondvloed zien door de ogen van een jong meisje dat niet tot de uitverkorenen behoort. 'Bij een verhaal als dit gaat mijn aandacht steevast naar de achterblijvers. Hoe voelt het als je weet dat je binnenkort zult sterven?' 4 juli 2001. Het is verzengend heet. De locatie is de tuin van Anne Provoost, een literaire tuin met een Jip en Janneke-gat in het muurtje en helemaal achterin een Alice in Wonderland-spiegel. Wat later strijkt een duif neer en komt een konijn aan onze schoenen knagen: ze lijken ontsnapt uit Provoosts nieuwste roman ("God, over de konijnen heb ik het niet gehad"). En aan het einde van ons gesprek arriveren de jongste kinderen: die illustreren uitputtend het dubbel(e)leven van de thuisschrijvende moeder. Anne Provoost zit met een moordende deadline. Dat treft, want we wilden vooral praten over het schrijfproces. Daarom ook hebben we afgesproken op een moment dat het boek nog niet helemaal af is. De derde versie van De arkvaarders is net teruggekomen van de Querido-redacteuren met een aantal op- en aanmerkingen. Over tien dagen moet de nieuwe versie klaar zijn. Nog eens tien dagen later moet er een consensus zijn tussen auteur en redacteuren. Want dan moet de tekst naar de drukker. "Als ik nuchter was, had ik dit interview uitgesteld", zegt een al bij al ontspannen Anne Provoost. "Maar ik heb ook een soort koppigheid: ik kan mijn leven niet opschorten omdat ik mij aan data heb laten binden. Ik heb kinderen, een gezin en zeg nu al weken na elkaar aan iedereen die mij voor iets uitnodigt dat ik eerst mijn boek wil afwerken." Dat boek is gebaseerd op het bekende verhaal van Noach. Uw eerste drie boeken zijn inderdaad telkens compleet anders. U volgt uw intuïtie, doet waar u zin in hebt? "Ik wil schrijfplezier beleven maar ook leesplezier bezorgen en die twee moeten elkaar ontmoeten. Ga uit van een 55/45 verhouding, die paar procentjes die ik behoud hebben te maken met een soort eigenzinnigheid, weerbarstigheid, het gevoel dat je inschikkelijk bent maar ook tegen de haren instrijkt - bewust." Waarom voelt u zich aangetrokken tot bestaande verhalen? "Dat ik dit verhaal heb gekozen, komt voort uit een cursus theaterschrijven voor kinderen. De opdracht was om een scène te schrijven waarin familieleden aan tafel zitten. Er moest iets dramatisch gebeuren waardoor een niet te herstellen breuk ontstond. Waarom ging ik niet uit van een bestaande familie en een ruzie waarvan iedereen kan vermoeden waarover die gaat. Zo kwam ik uit bij de arkvaarders: ze hebben net een heerlijk maal achter de rug maar ontdekken dat ze de duifjes hebben opgegeten. Daaruit ontstaat de hele dramatiek: ze hebben die duiven nodig, voor de olijftakjes en om te weten wanneer er land in zicht is. "Maar het heeft ook te maken met een ontdekking: ik heb een katholieke opvoeding gehad, maar ook veel niét gekregen. De bijbel is in zijn pikante details gecensureerd en ingekort tot ons gekomen. De meeste mensen kennen het bijbelverhaal van Noach, maar alleen in die verdunde versie: de koppeltjes beestjes en het koppeltje mensen en dat is het dan. Terwijl alleen de oudere generatie nog wat weet over zijn zoons Sem, Cham en Jafeth, of over zijn dronkenschap." Is het dan de taak van de schrijver om het volledige verhaal over te leveren, ter lering bijvoorbeeld van de jonge lezer? Mag ik zeggen dat Anne Provoost geen jeugdschrijfster is? Ik probeer het nog eens : Anne Provoost is niet alleen een jeugdschrijfster. "Of ik een jeugdschrijver ben of niet, heeft alles te maken met de receptie van mijn boeken. En daarvoor ben ik maar gedeeltelijk verantwoordelijk. Ik ben bezig met de productie. Hoe men mijn boeken in de bibliotheek zet, hoe men mij benoemt: ik kan en wil daar niets aan doen. Mij hoor je niet zeggen: 'Beste mensen, mijn boeken moeten ook in de volwassenenrekken staan.' Daar laat ik anderen over oordelen." Uw uitgever presenteert De arkvaarders als een jeugdboek. Maar zou het kunnen dat een deel van het publiek niet aan uw boeken toekomt door die classificering? Voor mij zijn Vallen en De roos en het zwijn literatuur. Het zijn boeken die van vijftien- of zestienjarigen een inspanning vragen. "Vallen is in het Engels gepubliceerd door een Australische uitgever en staat op de literatuurlijst van de scholen in de staat Victoria. Zij noemen het een bestseller: er zijn ongeveer 14.000 exemplaren van verkocht. Dat doorstaat de vergelijking met Vlaanderen en Nederland niet. (Van de reguliere uitgave en van de schooluitgave samen zijn er hier een 100.000 exemplaren verkocht; ER) In Australië wordt het boek gelezen door zeventien-, achttienjarigen, dat is hier ondenkbaar. In Vlaanderen wordt Vallen besproken in het derde of vierde middelbaar. We hebben dus een voorsprong. "Eigenlijk heb ik maar één antwoord op de vraag waarom De arkvaarders in een jeugdfonds zit: toen ik zeventien was, had ik het graag gelezen, denk ik. Voor sommigen is het etiket 'jeugdliteratuur' een blamage. Ik hoor wel eens zeggen dat mijn boeken 'te goed' zijn voor de jeugdliteratuur, dat is een ongelooflijke stamp voor de jeugdliteratuur. Soms heb ik het gevoel dat ik, en ik niet alleen, met een vorm van emancipatie bezig ben. Van de jeugdliteratuur, maar ook in de andere richting: de emancipatie van de volwassen lezer die nog niet weet dat er ook iets anders is wat hem kan boeien. Het gaat om verbreding. Striptekenaars en thrillerschrijvers leveren uiteindelijk eenzelfde gevecht." Ik wil nog even terugkeren naar het bijbelverhaal. Er moeten aanknopingspunten zijn, maar tegelijk moet het u toch voldoende speelruimte bieden? "Toen ik het verhaal dan grondig las, merkte ik dat het bijna schreeuwde om invulling. Maar ik wil nederig en bescheiden zijn: dit verhaal heeft tot mij gesproken. (glimlacht) Het wordt weer zeer bijbels, als ik het zo zeg, hé." U hebt niet toevallig het perspectief van het opgroeiende meisje gekozen. "Hoe oud het meisje in De arkvaarders is, laat ik in het ongewisse. Jong zijn is de interessantste fase van je leven. Er is nog zoveel mogelijk. Doordat ik een fictief volk neem van vierduizend jaar geleden heb ik mezelf een vrijheid gegeven die ik niet wil afgeven door te zeggen dat het bijvoorbeeld om een veertienjarige gaat. Het zou mensen ertoe brengen die veertienjarige in de eenentwintigste eeuw te gaan projecteren." Ik neem aan dat u veel opzoekwerk moet verrichten? Wie is die god die zijn eigen schepselen verdrinkt? Hoe gedragen de opvarenden zich in tijden van uiterste schaarste? "De eindredactie is het delicaatste moment in de totstandkoming van een boek. Wat je dan doet is eigenlijk alleen maar kijken naar de tekortkomingen van je tekst. En dat maakt je onzeker." U gaat niet met hen in discussie? Gaat de discussie met uw redacteuren ook over fundamentele zaken? Wat is een écht probleem? "Eigenlijk zit hetzelfde in het dilemma van Rosalena in De roos en het zwijn. Zij heeft een Siamese tweeling: laat ze die achter bij haar zusters of niet? Vrouwen hebben mij verweten dat ze al zoveel geleden had en dan nog haar kind moet achterlaten. Maar daar wil ik juist over schrijven. Beloved van Toni Morrison is mijn lievelingsboek: je kunt je geen schrijnender situatie indenken. Morrison is de kampioene in het bedenken van krasse plots, maar gaat er niet vulgair of sensationeel mee om. Dat is de kunst." Om welk probleem gaat het in De arkvaarders? "Ik wil dat ook altijd psychologisch onderbouwen, de personages moeten geloofwaardig overkomen. In Vallen zit ik daar heel erg op de grens. In welke mate kun je als lezer nog sympathie voelen voor een jongen zonder ruggengraat, die de ene vergissing na de andere maakt en die je zo in zijn ongeluk ziet sukkelen?" Wat is er Provoost-achtig aan het verhaal van Noach? "Het gaat om de schuldvraag. Wat betekent uitverkoren zijn? Word je niet corrupt door uitverkoren te zijn? Kom je door die privileges niet automatisch op het slechte pad? Wie beslist over het uitverkoren zijn?" In twaalf jaar is dit nu uw vierde boek. U neemt, in vergelijking met nogal wat auteurs, rustig uw tijd. Rijpen ideeën langzaam? Of komt het door het opzoekwerk? Of doordat u een thuiswerkende moeder bent? Gaat aan zo'n plan dan een lange broedperiode vooraf? "De arkvaarders heb ik jaren geleden al eens geschreven maar dan als een verhaal in verzen. Dat was een poëtische, intuïtieve beschrijving van hoe een meisje zich als verstekeling op de ark voelt. Dat verhaal begon net voor de inscheping. Driekwart van het boek dat nu klaar is, speelt zich voor de inscheping af. "Hoewel ik dus volgens een duidelijk plan werk, kan in mijn ene versie een personage op pagina 10 sterven en in een andere versie tot het einde leven. In de ene versie kan er een spectaculaire verhouding zijn tussen een oude man en een jong meisje, die in een andere versie is gewijzigd in een verhouding tussen twee jongeren. Ik heb een structuur en daardoor lijkt het alsof een boek zich makkelijk laat schrijven, maar doordat ik binnen die structuur erg los beweeg kan ik tot op vandaag nog onderdelen wijzigen." Zou u dat zo kort voor de definitieve inlevering nog durven doen? De versie van De arkvaarders die ik heb gelezen is een andere dan de definitieve? Maar verandert uw roman dan niet? "De essentie is mijn vertelplezier, plezier in het samenvoegen van verhaalelementen en die doen werken. En weer: het opheffen van het ongeloof. Het kan niet en toch kan het want ik heb het zo beschreven. "In De arkvaarders laat ik een van Noachs schoondochters albasten stieren en kalveren meesmokkelen in de ark. De roman werd er voller door, het verhaal hing hechter aan elkaar. Tegelijk was het mooi dat ik op die manier plaats liet voor afgoderij en polytheïsme in de wereld na de zondvloed." Maar hebt u het er niet moeilijk mee dat door enkele ingrepen de teneur van een boek wezenlijk verandert? Provoost zit al met andere projecten in haar hoofd. Maar de voltooiing van De arkvaarders zorgt ook voor fundamentele twijfel. "Als ik een boek stroomlijn, maak ik het toegankelijker. Alles waar je niet zeker van was maar er toch liet instaan, gaat er ten slotte uit. En dan vraag ik me soms af wat ik toevoeg aan het geheel van de literatuur. Een cruciale vraag daarbij is - en ook iemand als Jeanette Winterson zit daarmee - of wij door de film niet overbodig worden gemaakt. Als literatuur vooral een interessante plot is waarin de taal een wereld schept en waar identificatie mogelijk is - tja, dat doet film ook. Doordat de literatuur zo naar de film toe groeit, riskeert ze zichzelf overbodig te maken. Wat literatuur tot literatuur maakt, zijn net die extra's: de vreemde beeldspraak, de vreemde uitweidingen, waar je in film geen tijd voor hebt. En uitgerekend die dingen, net zoals moeilijke of experimentele taal, ga je in een laatste stadium censureren, hetzij op vraag van je redacteuren, hetzij omdat je plots zelf schrikt van je hersenspinsels. Ja, dat is de twijfel die me momenteel bekruipt." Hoofdpagina's: Actueel | Werk | Bewerkingen | Vertaald | Auteur | Agenda | Academisch Romans: In de zon kijken | De arkvaarders | De roos en het zwijn | Vallen | Mijn tante is een grindewal |
|||