Lezingen

Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

De onmacht van begrip

Awater, winter 2025
Hettie Marzak

Anne Provoost is een Vlaamse dichter en schrijver van kinder- en jeugdliteratuur. In 2022 debuteerde ze met de bundel Krop. Zowel in haar kinderboeken als in haar gedichten draait het thema vaak rond het moeten maken van keuzes, al dan niet vrijwillig, en de belemmering die daarbij kan optreden. Ook haar tweede bundel Decem gaat over keuzevrijheid en lots- bestemming. Het verhaal dat Anne Provoost in haar tweede dichtbundel Decem vertelt, zit ingeklemd tussen twee zwarte bladzijden, die daarmee de rouw van de hoofdpersoon aanduiden en de bedroevende omstandigheden waarin hij terechtgekomen is. Zij laat een vluchteling aan het woord, een asielzoeker die samen met zijn vrouw en ongeboren kind zijn land verliet, maar zonder hen strandde in het land waar hij nu zijn verhaal moet doen aan een ambtenaar van de Vlaamse Federale Overheidsdienst (in Nederland is dat de Immigratie- en Naturalisatie- dienst, de IND), om een vluchtelingenstatus te krijgen. Dat daar weinig kans op is, verraadt Provoost al door haar gekozen motto, dat uit een afwijzing van het Commissariaat voor de Vluchtelingen en de Staat- lozen bestaat: 'Je asielrelaas bevat een opeenstapeling van eigenaardigheden en tegenstrijdigheden en onaannemelijkheden die de geloofwaardigheid van je vluchtrelaas volledig onderuithaalt'

In elf gedichten die in het Latijn genummerd zijn van nul tot tien laat Provoost de man zijn verhaal doen tegenover de ondervrager van de overheid, in de hoop een verblijfsstatus te verwerven. Ze krijgen geen van beiden een naam, de asielzoeker krijgt bovendien geen land van herkomst en geen religie, omdat hij symbool staat voor velen die hetzelfde lot ondergingen. De gedichten met hun ondertitels en toelichting, die wat lettertype en woordkeus betreft rechtstreeks uit een regeringsrapport afkomstig zouden kunnen zijn, zijn opgesteld volgens de vijf fasen van rouw: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding, maar Provoost heeft er nog een paar fasen aan toegevoegd die specifiek op de vluchteling en zijn ondervrager van toepassing zijn: de ramp, de shock, de reconstructie, het on- geloof, het schuldgevoel en de heropstanding.

Wat er gebeurd is, wordt nooit helemaal duidelijk, 'want de terminologie loopt steeds achter/ en al wat ik nooit heb verklaard is lost in translation.’ Tegenstrijdigheden en verwarring zijn bijproducten van het menselijk geheugen, evenals vergeten en onderdrukken. Ontreddering, chaos en herinnering gaan niet goed samen in het brein van iemand die in shock is door het plotselinge verlies van vrouw en kind. Ze zaten in de laadbak van een vrachtauto, later in een boot die zonk. Was de vrouw zwanger, was het kind al geboren? Provoost laat het met opzet in het midden, vertelt alleen dat de vrouw verdronk en in het zand begraven werd door vissers. De man spreekt zichzelf tegen, zijn relaas moet worden vertaald door een tolk, zijn herinneringen aan de ramp worden vertroebeld door de dromen die hem voor ogen stonden en het beeld van zijn vrouw en kind.

De identiteit van de mensensmokkelaar die de vlucht organiseerde, wordt wel geopenbaard: hij heet Koo. Maar ook de verhalen omtrent deze man zijn schimmig. Hij is niet per se de slechterik van het verhaal, hij wilde ook alleen maar geld verdienen om zijn gezin te onderhouden:
[...] maar boven zijn neus stond een waakboog
hij vloekte de vloek van zijn land
hij zat thuis met een tweeling
en zocht ook naar waar het in de wereld om draait:
eten, en nu en dan speelgoed.

Door steeds de vermeende feiten te wijzigen vertelt de dichter het verhaal van allen en niet van slechts een enkeling.

De werkelijke verwarring speelt zich niet alleen in het hoofd van de vluchteling af, maar is ook zichtbaar in de communicatie tussen asielaanvrager en de ambtenaar van de overheid. De dichter maakt duidelijk dat degene die de vragen stelt het ook niet gemakkelijk heeft. Het is niet eenvoudig om iets vast te leggen op papier als de feiten steeds veranderen, of om de waarheid te ontdekken in een relaas dat niet na te vertellen valt. En ieder heeft zijn eigen verhaal, geen twee ervan zijn hetzelfde. Provoost heeft in een gedicht getracht een dialoog weer te geven tussen de onder- vraagde 'ik' en de ondervrager 'u', maar beiden houden alleen hun eigen belangen voor ogen en van een wederzijdse vorm van begrip is geen sprake:

U
ik snap niet wat jou precies hierhoudt
met al dat leven bij ons op je knieën
zou je niet beter je geluk in je eigen land gaan verbouwen
want ben je nu eigenlijk tegen deelname aan de oorlog
of tegen de oorlog zelf?

De navelstreng die is afgebeeld op de voorkant van de bundel verwijst naar de zwangerschap: ‘ze droeg in haar lichaam een streng/ met aan het einde een kind/ als een warme bak- steen', maar brengt evenzeer de verbinding van de vluchteling met zijn vorige leven in zijn vaderland tot uitdrukking.

Provoost houdt haar taal eenvoudig en toegankelijk, wat ze kwijt wil is immers al moeilijk genoeg. Met deze bundel geeft ze stem aan degenen die, gedwongen door wat voor reden dan ook, huis en haard moesten verlaten in de hoop op een nieuw bestaan in een ander land. Nu nog mensen vinden die naar die stem luisteren.

HETTIE MARZAK Docent Nederlands, columnist en poëzierecensent