| |||
|
Nieuws Auteur |
Maskers afNederlands Dagblad geld is duur in mijn opvang Het beeld raakt me en blijft hangen. We spelen een rol, houden ons ware gezicht verborgen en schreeuwen het uit van angst als een vluchteling ons zijn eigen gezicht toont. Al maandenlang gaat het in ons land over migratie of, preciezer, over asiel. De verkiezingen draaiden nog om bestaanszekerheid maar dat thema is inmiddels naar de achtergrond gedrongen. En wie aandacht vraagt voor de bestaanszekerheid van asielzoekers moet het afleggen tegen het luidruchtige koor van klagers over een te veel aan vreemdelingen. Bij onze zuiderburen is het niet veel anders. Het zette de Vlaamse dichter Anne Provoost aan tot het schrijven van Decem, elf lange gedichten waarin ze in het hoofd van een bootvluchteling kruipt. Elf ongelegenheidsgedichten voor asielverstrekkers, zoals de ondertitel luidt. Een jongeman vertelt het verhaal van zijn boottocht over de Middellandse Zee. Het nulde gedicht beschrijft de ramp, het bootje zinkt. Hij kan zich met moeite redden maar zijn zwangere vrouw ver-drinkt. In de tien volgende gedichten richt hij zich boos en cynisch tot zijn ondervragers en in feite tot de lezers alsof ook wij beslisambtenaren zijn. Anne Provoost (Poperinge, 1964) is een Vlaams schrijver. Ze publiceert al sinds 1990 romans, kinder- en jeugdliteratuur en essays. In 2022 debuteerde ze met de bundel Krop als dichter. Decem is haar twee dicht-bundel. In een recent interview vertelt ze dat ze al heel lang geintrigeerd is door vluchtverhalen zoals dat van haar grootmoeder die in de Eerste Wereldoorlog als kind moest vluchten na een gasaanval in leper. Provoost wil haar talent inzetten om stem te geven aan iemand die er geen heeft. Bovendien voelt ze de noodzaak om 'een weerwoord te bieden aan het demoniserende taalgebruik dat wordt gehanteerd als het over vluchtelingen gaat. Er wordt gesproken over een stroom, een tsunami van vooral moslims die ons alles zullen afpakken.' Bureaucratie Het motto van de bundel is een letterlijk citaat uit de beslissing van hetvan de bundel is een letterlijk citaat uit de beslissing van het Commissariaat- generaal voor de
Vluchtelingen en de Staatlozen: 'Je asielrelaas bevat een opeenstapeling van eigenaardigheden en tegenstrijdigheden en onaannemelijkheden die de geloofwaardigheid van je vluchtrelaas volledig onderuithaalt.' De gedichten zijn genummerd in het Latijn, hebben allemaal een titel en een korte samenvatting (duo, de re-constructie, De getroffene geeft zijn versie van het gebeurde). Deze bureaucratische context contrasteert met de inhoud van de monoloog waarin consistentie en logica ontbreken. Maar de verhalende fragmenten en ontregelende beelden vormen uiteindelijk een indrukwekkend geheel.
Herlezen en nogmaals herlezen is voorwaarde om er grip op te krijgen.
Zoals ook luisteren en nogmaals luisteren voorwaarde zal zijn om het gefragmenteerde relaas van een getraumatiseerde vluchteling te kunnen volgen. Natuurlijk is zijn verhaal niet onmiddellijk begrijpelijk en consequent. Hij is in shock, spreekt zichzelf soms tegen en is kwaad. Ontmenselijking De vluchteling blijft naamloos en het is onduidelijk hoe dat nu precies zit met het kind. Zijn herinnering vertoont gaten en het antwoord op de vraag waarom hij nu is gevlucht is niet helder. Zijn religieuze of levens beschouwelijke opvattingen blijven onbekend evenals het land van her-komst. Al die onduidelijkheid heeft iets paradoxaals. Aan de ene kant is er de suggestie van een universele reikwijdte, het gebeurt overal en he zou iedereen kunnen zijn. Aan de ar dere kant is er het gevaar dat we de asielzoeker alleen nog zien als een nummer. In zijn woede onderkent d vluchteling dat risico: Hoofdpagina's: ZonKijken | Arkvaarders | Roos&zwijn | Vallen | Grindewal | Springdag | Beminde Ongelovigen |
||