| |||
|
Nieuws Auteur |
Het was no-nonsense, maar wel met geweldige levenslessenVoor auteur Anne Provoost is er maar één manier om je leven te vatten: in verhalen. Bijvoorbeeld, zoals in haar geval, in verhalen over grootmoeders. En ze ziet ook overal scenario’s. Bijvoorbeeld over dingen die eventueel met haar kleinkinderen zouden kunnen gebeuren. Door Sarah Van Gysegem en Femke Coopmans “Mijn grootouders woonden binnen een cirkel van vijf kilometer in de Westhoek”, schetst Anne Provoost, die ondertussen al jaren in Antwerpen woont. “De mannen stierven eerst, waarna de vrouwen met hun kinderen bij een of andere tante op een boerderij gingen inwonen. Ze bleven in de buurt. En op fietsafstand voor mij.” Waren je grootouders erg aanwezig in je kindertijd? Anne: “Ik ben een boerenkleindochter. Mijn ouders waren geen boeren meer. Zij waren allebei de jongsten van hun gezin en moesten iets anders gaan doen. Er was niet genoeg landbouwgrond, wat mijn vader misschien ook wel jammer vond. Hij ging naar de landbouwschool en bleef samenwerken met boeren. Hij zat in de verkoop, de stalinrichting. Mijn moeder gaf huishoudkunde in het hoger middelbaar te Veurne. Daar maakte ze met haar eigen autootje elke dag de rit naartoe. Dat betekende dat ze regelmatig weg was, en dat mijn grootmoeders een grote rol speelden.” Als een spiegel Enter grootmoeder nummer twee? Anne: “Zo is het inderdaad gegaan. Veel van de kinderen van mijn grootmoeder aan vaderszijde waren uitgezwermd naar Wallonië. In mijn herinnering kwam ze elke dag naar ons. Ze maakte eten met ingedikte saus waarin wij onze aardappelen mochten prakken, heerlijk. Ze kon ellenlange verhalen vertellen. Mijn moeder vertelt daar tot vandaag nog over, dat ze begon aan een vertellement tijdens de strijk en mijn moeder ondertussen de kleren boven in de kast ging leggen. Het verhaal was nog altijd bezig toen ze weer beneden kwam. Mijn twee grootmoeders en de verhalen over hen zijn voor mij een spiegel waarin ik mezelf herken. Maar dat zal iedereen wel hebben. We schrijven altijd onze verhalen in retrospectief. Pas als we er een verhaal van maken, kunnen we ons leven begrijpen.” Hoe was het om met hen samen te leven? Het is toch niet altijd evident om met verschillende generaties onder één dak te zitten? Anne: “Ik begrijp wat je bedoelt, maar als kind heb ik die worsteling nooit gevoeld. Het lijkt me eerder een struggle van vandaag. Dat metaniveau van praten over opvoeding en hoe iedereen het anders aanpakt, dat was er niet.” Daar maakte niemand spel van? Anne: “Ja, dat is een mooie uitdrukking! Er was geen gedoe of getouwtrek. Er was ook simpelweg weinig snoep in huis, als vandaag de discussies gaan over wat je wel of niet toestaat als opvoeder. Wij zijn nog van de generatie van het suikerklontje (lacht). Een oma die trakteerde of je meenam voor een ijsje? Daar was geen sprake van. Het was allemaal no-nonsense, maar wel met geweldige levenslessen. Wanneer wij iets vertelden over de toekomst, zei mijn grootmoeder altijd: ‘Tegen dan zit ik al lang in het pitje.’ Wij hadden een putje in de garage en ik herinner me dat ik daar ging staan en dacht: hoe geraakt die daarin (lacht)? Maar die weerkerende opmerking liet wel zien dat ze besefte dat ze haar kleinkinderen nog een tijdje mocht begeleiden, maar dat ze niet onze hele weg zou meemaken. Ik krijg nu nog een krop in de keel als ik denk aan die levensles die ze me meegaf, die ik nu ook voor mezelf hanteer wanneer ik naar mijn kleinkinderen kijk.” Deed die uitspraak toen ook al iets met jou? Of eigenlijk nu pas echt? Anne: “Ik wist als kind heel goed dat ze er op een dag niet meer zou zijn. Ze ging vaak een middagdutje doen in een van onze bedden. Dan duwde ik nu en dan heel voorzichtig de deur op een kier om te kijken of ze nog leefde. Het kwam goed uit dat er een borrelend geluid uit haar keel kwam wanneer ze ademde. Zodra ik dat geluidje hoorde, was ik gerustgesteld. Grootouders doen je beseffen dat niets voor altijd is.” Was je voorbereid op zelf oma worden? Anne: “Oma worden, ik wist het nog zo niet. Wij zijn bonnie en bompa, trouwens, want mijn ouders heten al oma en opa. Maar of ik voorbereid was? Ik ben nog ambitieus, kan nog niet denken aan mijn pensioen, ben volop met een boek bezig en denk nog altijd dat het allemaal nog moet gebeuren. Maar toen waren er ineens drie kleinkinderen op anderhalf jaar tijd. Een tweeling, twee meisjes, bij mijn zoon en een zoontje bij mijn dochter. Het werd een crash course. Grootouder worden is een van de grote statusveranderingen in je leven waar je zelf niets voor hoeft te doen. Dat heb je niet zo dikwijls hé, dat je een soort van prijs wint zonder dat je de wedstrijd gelopen hebt? Al moet ik zeggen dat ik me ook wel wat bedrogen heb gevoeld omdat er iets is wat me vooraf niet is verteld: dat bij dat bij kersvers grootouderschap ook hoort dat je vaak ziek zult worden. Ik ben vijftien keer ziek geweest sinds ze naar de creche gaan: oogontsteking, oorontsteking, keelontsteking met verlies van stem, CMV met accute hepatitis, … Ik ben zelfs op spoed beland! Nu ik daarover praat mensen met kleinkinderen, bevestigen ze volmondig. Als ik had geweten dat dit niet uitzonderlijk is, zou ik niet de hele tijd gedacht hebben dat er iets mis met me was.” Welke rol spelen jullie in het leven van de kleinkinderen? Anne: “Mijn dochter en haar gezin wonen in het huis hierachter. Via de tuin zijn we meteen bij elkaar. Mijn zoon woonde met zijn gezin in Brussel, maar is nu naar Antwerpen verhuisd voor een tijdje, en daar ben ik echt blij om. Het is niet zo dat we structureel voor opvang zorgen, maar we zijn er wel als het nodig is. Mijn man Manu is echt een nieuwe grootvader. Alle taken zijn even intens voor hem als voor mij. Ik veeg misschien iets vaker de snotneuzen af, waardoor ik het ben die telkens ziek word? Ik merk wel een verschil tussen zorgen voor je kinderen en zorgen voor je kleinkinderen. Mensen zeggen vaak dat er minder druk op je rust, maar ik vind de druk nu groter. Als er iets fout zou lopen, raken we ook aan de ouders. Ik ga bijvoorbeeld niet in mijn eentje met de tweeling naar een speeltuin die niet ommuurd is, iets wat ik met mijn eigen kinderen wel zou hebben gedurfd. Ik probeer niet te verkrampen in mijn bezorgdheid, maar ik ben ook een schrijver. Ik maak scenario’s in mijn hoofd van wat er allemaal kan gebeuren. Het is een beroepsmisvorming die met de jaren erger wordt.” Hoofdpagina's: ZonKijken | Arkvaarders | Roos&zwijn | Vallen | Grindewal | Springdag | Beminde Ongelovigen |
||