Lezingen

Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

Debat over het Vrije Woord etc.

Zet politieke correctheid de vrije meningsuiting onder druk?
In Permeke Antwerpen, voor Vrijheidscentrum, 23 maart 2023
Verdediger PRO: Anne Provoost

Voor ik dit statement verdedig wil ik kwijt dat het onderwerp van vanavond een splijtzwamonderwerp is.

Een splijtzwamonderwerp zorgt voor scheuring. Als je dit onderwerp aansnijdt op een vergadering, of op een trouwfeest, zul je al snel in een conflictmodus zitten, ook al had je met je gespreksgenoten verder veel vlakken van overeenkomst. Een splijtzwamonderwerp kan twee stenen doen vechten. Ik kom daarop terug.

In het statement dat ik ga verdedigen staat zo te zien ‘vrije meningsuiting’, en niet Vrijheid van Meningsuiting. Woorden zijn belangrijk. Ik ga vanavond een onderscheid te maken tussen Vrijheid van Meningsuiting en het Vrije Woord. Vrije meningsuiting zoals in het statement staat kan allicht beide betekenissen hebben.

Als ik zeg Vrijheid van Meningsuiting, dan bedoel ik de wettelijke term. Die is in bepaalde mate afhankelijk van het land waarin je je bevindt. Het Vrije Woord daartegenover is de maatschappelijke en sociale afbakening. Die stoort zich niet zo aan landsgrenzen.

Dus als bedoeld hier wordt:
onze Vrijheid van Meningsuiting staat onder druk, dan zou ik zeggen: deze stelling klopt.

Vrijheid van Meningsuiting is sowieso zelden absoluut, en in ons land worden regelmatig de doelpalen bevraagd. Redelijk recent, in 2014, is naar aanleiding van de spraakmakende reportage van Sofie Peeters ‘Femme de la rue’ de Seksismewet goedgekeurd. Om in termen van voetbal te blijven: de goal van de Vrijheid van Meningsuiting in België werd op dat moment wat kleiner. Of tenminste, zo lijkt het, want er is voldoende duidelijk gesteld dat de Seksismewet bedoeld was om de persoonlijke waardigheid te beschermen, en niet om grappen, reclame, pamfletten of meningen te verbieden. Ook op de doelpaal aan de andere kant van de goal is tegenwoordig druk. N-VA stelde drie weken geleden voor om de grondwet te veranderen met te bedoeling de Vrijheid van Meningsuiting te herwaarderen. ‘Aanzetten tot haat’ moet volgens hen uit de strafwet. Alleen ‘oproepen tot geweld’ zou er dan in mogen blijven. Als het hen lukt om deze grondwetswijziging door te voeren, wordt de goal van wat we wettelijk mogen zeggen weer groter. Kans bestaat dat die vergroting van de weeromstuit is, in een reactie op de verplaatsing van de doelpaal in 2014. Al valt dat moeilijk te bewijzen.

In ieder geval zit er een spanning op de Vrijheid van Meningsuiting. Maar aangezien het grondwettelijke materie is, vergen wijzigingen veel debat en grote inspanning. Je zou dus kunnen zeggen dat er druk is, maar dat die momenteel niet hoog is. Ik zie niet meteen de wet op het seksisme weer afgeschaft worden. En ik zie ook de grondwetswijziging die N-VA voorstelt niet meteen worden doorgevoerd.

De Seksismewet is er gekomen door druk van wat we ‘politiek correct’ noemen. De antiracismewet uit 1981 eveneens. Maar is onze Belgische negationismewet uit 1995, die tamelijk uniek is, ontstaan door druk uit de hoek van politiek correct? De Vrijheid van Meningsuiting staat onder druk, maar er zijn meerdere krachten die inwerken, niet enkel degene die we doorgaans ‘politiek correcte’ noemen.

Maar misschien heeft de stelling het eerder over het Vrije Woord, de sociaal-maatschappelijke vrijheid van spreken dus. Daar kun je stellen: de druk op het Vrije Woord is enorm. We hoeven de krant er maar op na te slaan. Roald Dahl en Pim Lammers waren twee opvallende recente voorbeelden. Komt die druk uit de politiek correcte hoek? Allicht wel, maar het geval Pim Lammers maakt duidelijk dat ook daar andere krachten spelen. Een grote handicap is dan dat we geen woord hebben voor die andere krachten. Wat is het omgekeerde van het politiek correcte. Is het het politiek niet-correcte? Het politiek incorrecte? Ik ben oud genoeg om me de tijd te herinneren dat het als politiek correct werd gezien om te stellen dat we kinderen moesten bevrijden van schaamte, en hen op onbevangen wijze moesten blootstellen aan volwassen seksuele activiteit. Wat toen politiek correct was, is het dat nu niet meer.

Er zijn mensen die als geuzendaad politiek incorrecte uitspraken doen. Die zijn dan ‘rebels’. Jef Vloeberghs is hier een voorbeeld van. Zou hij vrouwonvriendelijke uitspraken hebben gedaan als er geen druk was geweest vanuit de politiek correcte hoek? Dat valt moeilijk te achterhalen. Maar als Vloeberghs de uitspraken voornamelijk deed om de nieuwe wet te chargeren of te jennen, dan kun je inderdaad weer zeggen dat zijn uitlatingen de schuld zijn van politieke correctheid. Hij zegt dan eigenlijk: zie je wel, jullie hebben me zo ver gekregen.

Bij de opkuising van de boeken van Roald Dahl kwam nog een andere censor naar voren. Daar speelden aanwijsbaar commerciële overwegingen. In de Walt Disneytekenfilms van mijn tijd ging de moeder van Bambi nog dood. Dat is nu ongeveer ondenkbaar. Dat de moeders in de tekenfilms van Disney niet meer mogen sterven lijkt me niet meteen een correctie die wordt ingegeven door politieke correctheid.

Met te achterhalen wie de druk veroorzaakt, zal het debat evenwel niet bekoelen. Het debat kan namelijk niet worden voorkomen of verhinderd, tenzij in een dictatuur. Mensen hebben opvattingen, en die opvattingen proberen ze over te brengen. Je zou het Vrije Woord erg moeten beknotten om dit proces stil te leggen. Taal gaat over controle. Je benoemt jezelf maar we benoemen ook elkaar. Als groepen mensen die eerder minder inspraak hadden bij het benoemen ineens medezeggenschap krijgen, zal het Vrije Woord druk ervaren.

De druk komt idealiter in de vorm van argumenten. Ik kan me de mens niet goed voorstellen zonder dat hij op overlegmomenten bezwaren opwerpt, en correcties probeert door te voeren. En onder de argumenteerders zijn altijd voortrekkers die de zaken scherper stellen dan nodig. Die voortrekkers heb je bij de conservatief geëngageerden zowel als bij de progressief geëngageerden. De wet en ons welzijn vereisen dat er bij dat argumenteren geen geweld wordt gebruikt. En dat er ook niet wordt opgeroepen tot geweld.

Het Nederlands kent de mooie uitdrukking ‘op je paard zitten’. Onderwerpen die je passioneren zijn je stokpaardjes. Voor de enen zijn dat feminisme, dekolonisering, gender, seksualiteit, racisme, migratie, en klimaatsverandering. Voor anderen zijn dat pedofilie, behoud van patrimonium, respect voor bestaande talen, conservatie van woorden en hun eeuwenoude betekenis, behoud van traditie, canonisering, respect voor hiërarchie, en religieus extremisme.

Dit zijn behartenswaardige stokpaardjes, elk van hen ronduit fascinerend.

Vaak zie je bij stokpaardjes grote morele verontwaardiging. “Iemand die kindermisbruik verheerlijkt mag nooit een podium krijgen”, werd gezegd in het Lammers-debat. Klinkt hieruit een moreel superioriteitsgevoel? Misschien wel, maar dat kan bij een stokpaardje haast niet anders. Als we dachten dat elke opvatting evenwaardig was, zou er geen enkele ethische discussie nog mogelijk of nodig zijn. Het voorbeeld van dat kindermisbruik komt nu wel net nìet uit de zogenaamd politiek correcte hoek. Er zijn dus nog meer mensen die standpunten verdedigen vanuit de indruk dat hun morele houding superieur is aan die van anderen.

We zijn er als individu nogal op uit om ons te omringen met mensen wiens gedachtengoed we delen. We vinden afwijking interessant, en houden er daarom graag een diverse vriendenkring op na. Maar als de afwijking te groot wordt, wordt de omgang minder prettig. Eigenlijk zijn we de hele tijd mensen aan het ‘wegzetten’. En voortdurend plaatsen we wie onze voorkeur wegdraagt op ons prioriteitenlijstje. Persoon A vind ik interessant, persoon B dan weer minder. Niemand handelt ooit helemaal inclusief. Dat ligt aan de economie van onze hersenen.

Dat we insluiten en uitsluiten was vroeger veel zichtbaarder. Toen draaide bijna alles om klasse en dus om sociale status. Zelfs de passagiers op de vlucht voor vervolging door fascisten zaten op het schip naar de Verenigde Staten netjes opgedeeld op het dek of in het ruim, afhankelijk van hun klasse. Dat klassenbewustzijn heb ik zien doorwerken tot in de generatie van mijn ouders.

Nu leven we in een tijd van gelijkheid. De egalitaire samenleving bestaat, in theorie. Zolang hij niet in de praktijk is omgezet, zal er worden gemord, gezeurd, terechtgewezen, gecorrigeerd. Tussen dat doen, en geweld gebruiken om je doel te bereiken, zitten meerdere mogelijke breekijzers. Je kunt herhalen. Je kunt betogen. Je kunt bezetten. Je kunt uithalen. Je kunt lobbyen. Je kunt intimideren. Je kunt naar de rechtbank stappen. Je kunt polariseren, want dat stelt de zaken mooi op scherp, en dat geeft de kans om te depolariseren. Ik beperk me in mijn opsomming tot de breekijzers waarbij geen geweld wordt gebruikt. Welke hiervan vinden we problematisch? Intimideren zeer zeker. Polariseren ook wel. Maar een breekijzer dat momenteel bijzonder wordt geproblematiseerd heet cancelling.

Cancelling is bijlange niet altijd doodzwijgen. Er zijn mensen die wereldberoemd worden omdat ze gecanceld zijn, denk maar aan Andrew Tate, de man met de pizzadoos van Greta Thunberg. Cancelling is een economisch instrument. Je gunt een persoon niet meer het licht onder de zon. Hij mag niet meer aan de voederbak komen. Je wil hem verlammen in zijn daden. Cancelling is onleuk dus je kunt het moreel verwerpelijk vinden. Maar het is net als verbale intimidatie moeilijk te beteugelen als we voorstander zijn van het Vrije Woord.

Dus we komen terug bij onze stelling. Ja, de druk is enorm. Naast de censuur is er het onmiskenbare gevaar van zelfcensuur. Zelfcensuur in literatuur manifesteert zich op twee manieren. Stel je een schrijfster voor die over kinderen en seksualiteit zou willen schrijven. Niet alleen is duidelijk dat dit op eieren lopen zal worden, maar de schrijfster zal ook automatisch bij de aanstellers worden geplaatst. Er zal van haar worden gezegd dat ze voor het onderwerp kiest omdat ze de controverse wilde opzoeken. Ook dat is een verdenking die je je als auteur niet op de hals wil halen.

Maar de vraag die opkomt is: wat doe je met druk, naast vaststellen dat hij er is. Het is niet aangenaam om te worden terechtgewezen. Maar terechtwijzing kan ook inzicht brengen. Mijn tante wilde geen tantetje worden genoemd, omdat ze vond dat dat haar oud maakte. Ik had die aanspreking goed bedoeld, en ik schrok van haar reactie. Maar ik was haar nadien voornamelijk dankbaar.

De vraag van vandaag is dus ook: is druk op het Vrije Woord erg? Is het niet vooral normaal? En is het niet interessant? Overduidelijk is in ieder geval dat het een spijtzwamonderwerp in het publieke debat geworden is. Niet de druk, maar het problematiseren van de druk, is het eigenlijke probleem. Dat problematiseren is de pad die in onze korf wordt geplaatst. Want het is misschien net wel de bedoeling om ons op ons paard te krijgen.

Zoals we nu allen stilaan aanvoelen, is de maatschappelijke opsplitsing tussen links en rechts voorbijgestreefd. Covid en andere crisissen maakten duidelijk dat er meer maatschappelijke assen zijn. In dit debat zie ik er drie. Je hebt de conservatief geëngageerden, de progressief geëngageerden, maar er zijn ook de liberalistisch geëngageerden, dat zijn de mensen die in hun denken en handelen de vrijheid centraal stellen. Liberalistisch en progressief geëngageerden waren vroeger op veel maatschappelijke vlakken bondgenoten. Vandaag zijn er krachten die er voordeel bij lijken te hebben om deze elkaar te doen bekampen. Want dan krijg je het verhaal van de twee honden met het been.

Elk stokpaardje is zijn strijd waard. Maar het grotere plaatje moet worden beschouwd. Bij het discussiëren over het Vrije Woord zullen we moeten zoeken naar wat ons verbindt willen we klaar zijn voor wat ons wacht.

We zouden al lang aan het nadenken moeten zijn over hoe Artificiële Intelligentie zich verhoudt tot het Vrije Woord. Wat gebeurt er als AI aan de lopende band argumentatie begint te brouwen die erop ingesteld is stenen te doen vechten, over allerlei dossiers. Conversaties zullen worden overgenomen door geautomatiseerde trollen. We zullen geen tijd meer krijgen om onze gedachten te ontwikkelen, AI zal wie een gesprek op de sociale media aangaat al uit elkaar hebben gespeeld voor wij onze inbreng konden intikken. Geven we AI het Vrije Woord als het ook kan betekenen dat bots op grote schaal splijtzwamsgewijs scams zullen verspreiden in acute tijden, bijvoorbeeld op momenten dat er een groot maatschappelijk probleem moet worden opgelost, zoals een pandemie of een klimaatcrisis, of in tijden van verkiezing?

Dat, beste mensen, is volgens mij de diepere waarheid van het statement van vanavond. We laten ons uit elkaar spelen. We verliezen ons in een pijnlijk en onvruchtbaar spel van elkaar bekampen. We denken daarmee de druk te bezweren. Maar de spelregels worden elders bepaald, en die schrijven net tweestrijd voor, een tweestrijd die door AI zal worden geautomatiseerd. Laten we de spelregels analyseren in plaats van mee te gaan in een wedstrijd van anderen.